Julia bezoekt Tanzania #2

In het vorige verslag vertelde Julia over Dora en haar contact met moeders van kinderen met albinisme in Tanzania. Julia is secretaris van Stichting Afrikaanse Albino’s en reisde vorig jaar naar Afrika. Ze deelt haar verhalen met jullie door middel van een reisverslag. Hier kan je de eerste lezen.

Godwin

In het huis van Dora ontmoeten wij Godwin, een man van rond de dertig met albinisme. Hij vertelt ons dat hij merkt dat veel mensen in zijn omgeving bang voor hem zijn, omdat ze niet weten wat albinisme inhoudt en hoe het komt dat hij zo wit is. Hij heeft geen vaste baan, omdat hij nergens wordt aangenomen en door zijn ziekte ook fysiek wat gebreken heeft. Doordat hij het hele jaar door klusjes doet bij bedrijven van vrienden kan hij net rondkomen.

Matthai

De volgende dag gaan we naar een dorp in de omgeving, zo’n 5 uur verwijderd van de stad. Onderweg pikken we Matthai (35) op. Hij staat ons op te wachten met een zonnehoed en een omgeslagen felgekleurde Maasai-doek in de brandende zon. Matthai vertelt dat hij is opgevoed door zijn grootouders, omdat zijn eigen ouders na zijn geboorte hem alleen hebben achtergelaten. Hij vertelt dat hij vroeger niet wist wat zijn ziekte inhield en dat hij niet snapte dat hij ’s nachts wakker werd met zo’n pijn aan zijn huid had als hij de hele dag onbeschermd in de zon had gewerkt. Hij begon pas met het gebruiken van zonnebrand en zonwerende kleding toen hij Dora ontmoet had, die hem meer kon vertellen over zijn aandoening.

Matthai vertelt over zijn vrouw. Het meisje is 15 jaar oud en gelukkig niet meer bang voor hem, hoewel het wel heel moeilijk was om een vrouw te vinden. Er wordt sinds een jaar of 10 gejaagd op mensen met albinisme, dus je bent je leven niet veilig als albino in Tanzania. Dit maakt het leven zwaar en onzeker.

Lara

In het dorp ontmoeten we Lara, een meisje met albinisme van zes jaar oud. Ze ontvangt sinds drie maanden zonnebrandcrème van Stichting Afrikaanse Albino’s. Haar lippen zijn droog en gebarsten, haar huid is droog en er zitten al keratosisplekken op haar armen, een voorstadium van huidkanker. Het dorp waar ze woont staat in een open vlakte en er is weinig schaduw, waardoor ze bijna altijd blootgesteld wordt aan de zon. Gelukkig weten de mensen in het dorp waar Lara woont wel wat albinisme inhoudt, en zijn de kinderen niet bang om met haar te spelen. Dit komt vooral door de ouders van Lara, die altijd voor haar hebben gezorgd en proberen hun kind een zo’n goed mogelijk leven te bieden. Ook ligt het dorp waar ze wonen wat verder van de stad, waardoor minder de vrees leeft dat Lara slachtoffer zou kunnen worden van de jacht op albino’s.

In de nabijgelegen Maasai dorpen zijn nog zes andere kinderen met albinisme. Ze hebben afgesproken dat als een van hen huidkanker lijkt te hebben, ze geld inzamelen om de lange busreis naar het ziekenhuis in Moshi te kunnen betalen. Lara is nog nooit bij een dermatoloog geweest. De vader van Lara maakt eens in de aantal maanden de 3-4 uur durende motorrit naar het dorp Mto wa Mbu, om de zonnebrand op te halen bij Dora, die ze van de Stichting Afrikaanse Albino’s krijgt.

Ipiana

Als laatste ontmoeten we nog een jonger meisje, Ipiana, die al vanaf haar geboorte zonnebrandcrème ontvangt. Zij heeft geen gezondheidsproblemen, waaruit maar weer blijkt hoe belangrijk huisbescherming is voor mensen met albinisme. Het is bijzonder om tijdens deze reis te zien dat het dus ook anders kan, en wat ons betreft ook moet. En daar werken we heel hard aan.